Bandogialli / Bando Djeï / G'Bandon - Paul Nas
22411
page-template-default,page,page-id-22411,bridge-core-1.0.5,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-theme-ver-18.1,qode-theme-bridge,disabled_footer_bottom,qode_header_in_grid,wpb-js-composer js-comp-ver-6.0.5,vc_responsive
 

Bandogialli / Bando Djeï / G’Bandon

WAP - Pages

Bandogialli of Bando Djeï is een Dunumba-dans van de sterke mannen van Hamana (Kouroussa, Noord Guinee) ‘Bandogialli is de naam van een apen-soort die opvalt door zijn witte staart. De (Baranti) dansers hebben een ring om hun nek waaraan witte haren (een pluim of ‘schapen-sik’) zijn bevestigd, die doen denken aan de witte staart van de aap. Door het bewegen van de schouders tijdens de dans, laten de dansers die ‘staart’ op en neer wippen’ volgens begeleidiende tekst uit het boekje bij de CD van Famoudou Konaté: ‘Rhythmen der Malinke’. Op deze CD wordt een liedje gezongen met de betekenis: ‘De Bando (danser van de Bandagialli-dans is gekomen. De regen mag hem niet bereiken / inhalen. Moeder, vader hij danst werkelijk goed!’. Drew Ravey noemt G’Bandon als een andere naam voor dit ritme.

‘Te midden van alle gebeden gericht aan N ‘na Dödö, wordt nu ook de godin Nakouda of Koudaba geëerd. Aanbeden door de mensen van Hamana, wordt moeder Kouda aangeroepen gedurende het feest van Bölèh in Baro, een dorpje gelegen tussen Kouroussa en Kankan. Deze gelegenheid is om haar te bedanken met offers voor vervulde wensen of af te smeken voor de toekomst.’ (Mögöbalu-CD van Mamady Keïta).

Een lied dat verbonden is een dit ritme (Bando Djeï):

N,na Dödö nin né, Bomba la Dödöö, N,na Dödö nin né, N’na gbadon Dödöö
Ina moyi ni lolo lé laa, Baatèmah loloh, Djitèmah loloh
Ibaa kouma, koulé kouma kodjon,
Ibi imakoun, koulé djanda ni founoukéya Döö,
Kouma yé sondja lé dij, Makoun ködö tè lon, Kerèn-könöni kassi daa
N’na konda ééé, N’na konda ya naa, Hamana dia daa !
Noulou nani donkan néma ééé !, Sila yèlèni bandan né la ééé !

Jij, moeder Dödö, Dödöö van het grote huis, Jij, moeder Dödö, kook Dödöö
Jouw moeder bracht een ster ter wereld, temidden van het water
Een ster in de diepten van de golven,
Als je spreekt, zegt men dat je teveel praat,
Als je stil bent, jij die nog jong bent, zeggen ze dat je pretentieus bent
Woorden worden een lijdensweg voor jou,
Maar de diepten van de stilte kunnen niet worden bemeten
Kèrèn-Könöni heeft gezongen
(een klein vogeltje dat bekend staat voor zijn geklets)
O moeder Kouda, laat moeder Kouda komen
Het leven is goed in Hamana, Het was voor het dansen dat we, we kwamen
Het pad leidt naar de Kapok boom, (in het midden van de bara)

Een korter liedje (van Mamoudou ‘Delmundo’ Keïta):

E e Bandogialli dona, e,e gio dalah,
ne wa la kola, ne, ne wa lako la ni doro ni

Bronnen

Lessen: Mamoudou ‘Delmundo’ Keïta
Schriftelijk materiaal: Mamady Keïta, Famoudou Konaté, Åge Delbanco,

Laatst aangepast op 17 mei 2012